Het leerprogramma is opgebouwd rondom één kerntaak met verschillende werkprocessen, waarin inventariseren, analyseren en verbeteren centraal staan.
Studenten brengen hun eigen gedrag in kaart. Zij bepalen hun ecologische voetafdruk met behulp van een methode of checklist en analyseren waar verbeteringen mogelijk zijn. Ze onderzoeken hun motieven voor duurzamer handelen en leggen concrete verbeteracties vast in een persoonlijk verbeterplan.
Vervolgens onderzoeken studenten hoe duurzaam er binnen een organisatie(onderdeel) of productieproces wordt gewerkt. Ze kijken naar kernactiviteiten zoals grondstoffen, transport, productie, energie- en waterverbruik, reststromen en recycling. Daarbij gebruiken ze onder andere de Sustainable Development Goals (SDG’s) als referentiekader. Door informatie te verzamelen, interviews af te nemen en bronnen kritisch te beoordelen, brengen zij sterke punten en verbeterkansen in kaart.
Studenten verdiepen zich in de volledige keten: van grondstofwinning tot distributie en afvalverwerking. Ze onderzoeken milieueffecten, risico’s en geldende wet- en regelgeving, zoals duurzaamheidsrichtlijnen. Ook kijken ze naar samenwerkingsverbanden en innovaties binnen de sector. De bevindingen worden gestructureerd vastgelegd.
Op basis van alle verzamelde informatie maken studenten een SWOT-analyse. Ze formuleren realistische en onderbouwde voorstellen om processen of werkwijzen te verduurzamen. Tot slot presenteren zij hun bevindingen en adviezen aan collega’s, begeleiders of leidinggevenden.



D1-K1: Inventariseert en draagt bij aan duurzaam handelen in de beroepspraktijk
Wij komen graag langs met een verse kop koffie. Geen standaard afspraak, maar een inspirerend gesprek over onderwijs, Burgerschap en de toekomst van leren.